Pagina's

zondag 15 september 2013

Jezus leert ons bidden


zr Carmelle Dugas, fdls
“Jezus leert ons bidden”

Onderrichting gegeven op 8 augustus 2013 door zr Carmelle Dugas, fdls, tijdens de Internationale ontmoetingsdagen in Saint-Laurent-sur-Sèvre.

‘Verschillende manieren om te bidden’

          +  diapresentatie
Gedurende het volgende uur ga ik met jullie de ideeën delen over het gebed en over zekere vormen van gebed. In ‘n uur kun je niet alles zeggen en zelfs als men alles zei, blijft er nog altijd de ervaring van de persoon die bidt - en ik zou zeggen dat is nog het meest voorname wat ik jullie zou kunnen zeggen.

          +  Plan:
Dit is het plan dat ik jullie voorstel
          =  Wat is het gebed?
          =  Enkele grote bidders in de Bijbel
          =  Noodzaak van het gebed
          =  Soorten van gebed:
                            -  met woorden
                            -  mentaal of inwendig
          =  Praktische raadgevingen om ons voor te bereiden op het gebed.

          +  Het gebed: een fundamentele behoefte
Het gebed is niet voorbehouden aan kloosterlingen. Het maakt deel uit van de geestelijke dimensie van elk menselijk wezen en daarenboven van de Kerk.

          + Luisteren we naar St Paulus in zijn 1e brief aan Timotheus:

“Allereerst vraag ik dat er voor alle mensen gebeden wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken.......... , opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.” 1Tim 2,1-4.

          + Hem kennen die zei: “Ik ben de Waarheid”.

De mens heeft behoefte om in relatie te treden met God en deze relatie op een of andere manier uit te drukken.
          “En nederig de weg te gaan van je God” Micha 6,8.
De weg van iemand gaan betekent in relatie treden.
Montfort zegt dat het gebed het normale kanaal is waarlangs God komt om ons zijn genaden te schenken (LEW #184) het is dus de meest normale manier om God te ontmoeten.

Wat verstaan wij onder gebed?

Het gebed is een dialoog met God. En dat veronderstelt dan ook het geloof in een mogelijke relatie met God. Dit geloof is altijd aanwezig geweest in het hart van het gebed van het Godsvolk.
Het gebed maakt deel uit van ons leven. Wij, daarentegen, u zowel als ik, stellen ons de vraag: “hoe bidden of hoe beter bidden?”

Wij zijn niet de enige om onszelf die vraag te stellen of te twijfelen aan onze vaardigheden om te bidden. Zelfs St. Paulus deed dat. Luister maar naar wat hij ons in de brief aan de Romeinen hfdst. 8 vers 26 zegt:

= “De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten”.

St. Paulus verzekert ons dat de Geest ons komt helpen. Hij komt onze zwakheid te hulp. De Geest is daar in ons. We moeten de Geest in ons laten bidden. Dit is het doel van gebed, of op zijn minst het is wat wij nastreven.

          = “Bidden, is de Geest in- en uitademen” zegt de H. Gregorius.

= “Het gebed, zei Theresia van het Kind Jezus, is een opwelling van het hart, het is een eenvoudige blik, gericht op de hemel, het is een kreet van herkenning en liefde in beproeving of in vreugde. Bidden is niet onszelf uitputten om God mooie gevoelens aan te bieden; het is veeleer onszelf blootstellen aan Hem zoals de kleine vogel zich blootstelt aan de zon zodat Hij alle mogelijkheden van zijn liefde in ons kan komen ontplooien”.

Ze bad aldus: “O mijn God, gelukkige Drie-eenheid.... laat mijn ziel 
volstromen met de golven van oneindige tederheid die in u zijn opgesloten”.

          = Enkele grote getuigen uit de Bijbel laten ons zien dat:
                   + het gebed onmisbaar is
                   + het echt is een ‘van hart tot hart’ tussen de mens en God.
Open ongeacht welk boek van de Bijbel en u vindt er biddende personages.
Ons leven confronteren met de ervaring van de grote Godsgetuigen, dàt is bidden!

          = Abraham
bemiddelt, argumenteert en roept de grootheid van God aan voor Sodom voor de Heer.   (Genesis 18, 22-33)

          = Susanna
“Eeuwige God, u die het verborgene kent en alles weet voordat het gebeurt.... u weet dat ik onschuldig ben”. Daniel 13, 42
“En de Heer hoorde haar en  wekte het heilige vuur in een jongen die Daniël heette”. Daniel 13,44.

          = Salomon
“Heer, geef dus uw dienaar een opmerkzame geest” (1 Kon. 3,9)
“Geef mij de Wijsheid die naast u troont” (Wijsh. 9,4)

          = Maria de moeder van Jezus en onze moeder

“Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken” Lc 2,19
“Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares”. (Lc 1, 46-48)
“Ze hebben geen wijn meer”. Joh 2,3
Maria ziet de behoeften van de anderen en ze geeft Jezus een wenk.

           = Jezus de grote bidder
“Voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik” (Joh 17,9)
“Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt” Mt 26,39

           = Waarom bidden?
De noodzaak om te bidden vloeit voort uit het voorbeeld dat Jezus zelf ons gegeven heeft. Heel het leven van Jezus speelt zich af op het ritme van het gebed. Lees het evangelie van Lucas en je vindt er alle eigenschappen van het gebed.
          = De voorbereiding van tijd en plaats:
“ In die dagen ging Hij naar het gebergte (plaats) om te bidden, en bracht er de hele nacht (tijd) door in gebed tot God”. Luc 6,12) (keuze van de Apostelen) Hij spreekt van zijn Vader.
          = Het gebed vindt plaats in het concrete leven van de mens:
“ Eens was Hij aan het bidden, alleen zijn leerlingen waren bij Hem” (Luc 9,18)
          (verklaring van Petrus over wie Jezus is) Op de vraag van Jezus: “En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?” Wat is meer menselijk? En Petrus aangezet door de Geest antwoordt: “De Messias van God”.
“ Hij nam Petrus, Johannes en Jakobus mee en ging Hij de berg op om te bidden”. (Lc 9,28) (Gedaanteverandering) ....Hij laat zich zien zoals Hij is.
          = In het gebed uit men zijn ontroeringen:
“Toen jubelde Hij het uit, gedreven door de heilige Geest, en zei: ‘Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U dit verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen en het onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo hebt U het goedgevonden”. (10,21) (Jezus verheugt zich en bedankt God) en drukt zijn gevoelens uit.
                   = reflectie in het gezicht -
                   = de liefde laat zich zien op zijn gezicht
“Eens was Hij ergens aan het bidden. Toen Hij opgehouden was, vroeg een van zijn leerlingen Hem: ‘Heer, leer ons bidden....” (Lc 11,1) (Het Onze Vader) Vanaf dat moment leerde Jezus hun het mooie gebed: het Onze Vader.

Het gebed van het Onze Vader is het gebed bij uitstek, dat ons door Jezus zelf gegeven is. Het zijn woorden die men nooit volledig kan uitdiepen. Het is een levensprogramma. Dit gebed ontdekken en ons er door laten modelleren is een must voor onze geestelijke vooruitgang.

          = Het gebed leert ons te vergeven
          = Op het Kruis: hij vergeeft en sprak van vergeving “Vader, vergeef hen...” Luc 23,34.                                                                                                        
          = De noodzaak van het bidden is onbetwistbaar.
  
                            Maar hoe moeten wij bidden ?

Wijzen van bidden.

Er zijn verschillende manieren om te bidden, maar ik wilde even stil staan bij twee bijzondere manieren van bidden :
          + het gebed met woorden - alleen of met anderen
          + het inwendig gebed - of meditatie die leidt tot de beschouwing.
Ik zal zoveel mogelijk proberen te vertellen over deze twee manieren van bidden,
wetende dat niet alles gezegd kan worden.

Het gebed met woorden : publiek
De voornaamste bron van het christelijk gebed is de Eucharistie.
Maar je zou meer tijd moeten hebben om dieper op dit gebed bij uitstek in te gaan.
Vandaag stel ik mij tevreden met te spreken over het gebed van de Kerk en het mariale gebed.

          = Het gebed van de Kerk
Het goddelijk officie of het Getijdengebed
Dit gebed is samengesteld uit verschillende delen. Ik neem er slechts drie van.

          = De aanroeping
Elk Getijdengebed begint met “Heer, open mijn lippen”  of   “.... kom mij te hulp”.
Dit herinnert ons eraan dat God zelf in ons komt bidden. Als we deze aanroeping bidden, vragen we de Geest om ons gebed te bevloeien.
Eveneens maken we een klein kruisje op onze lippen of we maken een groot kruisteken. Zo plaatsen we ook ons spreken in de grote beweging van God.
  
                   = De Hymne :

Deze dient om op een gemakkelijke en blijde manier in het gebed te komen. Ze voedt ons gebed, vooral als men de getijden reciteert. Maar ze zijn bedoeld om gezongen te worden.
  
                   = De Psalmen

+ Volgens de benedictijn, Anselm Grün, is het psalmgezang een mooi middel bij de overweging. 

+ De woorden van de psalmen waarmee dit gebed hoofdzakelijk is
             samengesteld, zijn heilige woorden. Ze worden geboren in de stilte van
             God. Ze ontspringen in de diepte van zijn Hart.

Deze woorden vallen in ons hart en niet in ons verstand, en zo worden wij leidingen naar het Hart van God.

Wat moet je zeggen van het geweld dat je in de psalmen tegenkomt ?  Anselm zegt dit, en ik citeer:

“De beelden en de psalmsymbolen geven vorm, bundeling en uitdrukkingskracht aan de inhoud van ons onderbewustzijn.” (Revue Prier, hors serie, La prière des Heures p.6)

+ Met andere woorden het psalmgezang bevrijdt ons van wat ons blokkeert. Het helpt ons om ons te bevrijden van al wat ons hindert bij de beschouwing.

St. Basilius zegt dat het psalmgezang ons bevrijdt van verdriet en zorgt ervoor dat de blijdschap in ons kan opbloeien.

Anselm zegt ook nog: “Wij bidden niet om God te stichten of te ontroeren, maar om onze wensen aan hem te richten”. (Ibid. P.8)
                                                                          
                            = Het Mariaal gebed
Ik zou graag een ogenblik stil staan bij het gebed dat men tot Maria richt. Dit gebed kan ook behoren tot het gebed met woorden, maar ook tot het meditatieve, beschouwende gebed.
Hoe moeten we tot Maria bidden ?
Voor sommige mensen neemt Maria een wezenlijke plaats in hun leven, terwijl voor anderen de mariale vroomheid veeleer een plicht is. Ik treed niet in bijzonderheden van deze uitspraak want die raakt de persoonlijke relatie met Maria.
Laten we bijv. de Rozenkrans nemen die het meest traditionele gebed is en dat is eenvoudig. Het is het gebed van de arme. Het is een soort mantra die tot doel heeft om ons te leiden naar de stilte en naar Hem die deze stilte vult. De Rozenkrans is een meditatie over de geheimen van het leven van Jezus - van de kribbe tot het kruis - met Maria. Het is een evangelisch gebed. Het is geen simpele herhaling van het Weesgegroet dat meer of minder bewust opgezegd wordt.
Maria, als menselijke persoon, is volledig aan ons gelijk behalve de zonde. Als we niet tot Maria kunnen bidden, dan kunnen we met haar bidden. Als Moeder van Jezus heeft Maria grote vreugden beleefd, maar ook groot lijden en verdriet gekend. Laten wij die ons eigen maken.
Maria heeft zeker Jezus leren bidden.
-   Zij is zeker degene die ons het beste kan leren bidden: zij wist te vragen: “Ze hebben geen
    wijn meer...”
-  Zij weet hoe te overwegen: .......zij bewaarde al die belevenissen in haar hart.
-  Zij kan ons tot  de ommekeer in ons leven leiden: “Doe alles wat Hij u zeggen zal”.
-  Zij heeft het Woord van God in haar hart en in haar lichaam ontvangen.


HET GEESTELIJK GEBED/ DE MEDITATIE/ HET GEBED/ DE BESCHOUWING

De meditatie is geen nieuwigheid in het christelijk leven; ze heeft diepe wortels in de traditie.
-Mediteren dat is het stil maken in ons om God te ontmoeten.
          De ontmoeting van de God die in on binnenste is.
          Johannes van het Kruis zegt: “God is het middelpunt van mijn ziel”.
          En Julienne van Norwich zei:”God is het onbeweeglijke punt in mijzelf”.
          En Montfort zegt ons in zijn kantiek # 24: v 38 : Mijn ziel, ga je eigen hart
          binnen, laat de onbenulligheden achterwege..... God roept aan je hart...
          Al het goede van je is bij hem.

Het is echt buitengewoon dat deze stilte, ondanks de verstrooiingen van de moderne wereld, perfect mogelijk is voor ieder van ons. Om deze staat van stilte en onbeweeglijkheid te bereiken is het nodig dat we van onze tijd, onze energie en liefde aan hem wijden.

-De meditatie gaat niet vanzelf en vraagt een tijd van voorbereiding.
          Een tijd vaststellen en je eraan houden. Dat is een afspraak met God.

De voorbereiding op deze belangrijke daad is wezenlijk. Het gaat erom dat wij bereid zijn voor het gebed. Het onderwerp van het gebed vooorbereiden, bijv. de keuze en lezing van een passage uit het Evangelie of een andere bijbelse tekst, de avond tevoren.
De plaats is ook belangrijk. Zonder gestrengheid een plaats kiezen die leidt tot gebed: een open ruimte; een heiligdom. Af en toe de plaats veranderen kan gunstig zijn.
Een griekse monnik van de eerste eeuwen zei: “Je bent een tempel, zoek geen plaats!”
          “De heilige plaats”, zegt Jean Marie Gueulette, “zijn we zelf”.

Enkele raadgevingen die ons kunnen helpen bij het gebed.

Begin van het gebed
          =       Om het gebed te beginnen geef ik het aan met heel mijn wezen en ik stel een “persoonlijke liturgie” vast (gebaren die helpen om te gaan zitten, om me in tegenwoordigheid van God te stellen of liever om me bewust te maken van de tegenwoordigheid van God). De heilige Geest aanroepen en hem vragen om me te helpen bij deze belangrijke fase van mijn dag.
                   Ieder vindt zijn eigen manier om aan het gebed te beginnen.

          =       Het geestelijk gebed wordt vergeleken met een reusachtige boom vol rumoerige apen die van de ene op de andere tak springen en voortdurend schreeuwen en onrustig doen. Zo gauw wij beginnen te mediteren merken wij in welke mate dit beeld de onrust beschrijft die  voortdurend in onze geest heerst. Het gebed bestaat er niet in om deze verwarring groter te maken door te proberen het met een ander kletspraatje te verdoezelen.

          =       Een vers uit de psalm kan van pas komen - “Uit de diepte roep ik tot u, Heer,” Ps. 130 of ook : “God, u bent mijn God, u zoek ik, naar u smacht mijn ziel...” Ps.63 - “als in een dor en dorstig land, zonder water”.  Wij zijn dit droge land. Denken we ons dat in en richten wij ons hart op de Bron die onze dorst kan lessen.

          =       Ik kan ook ontspanningsoefeningen doen, me bewust worden van ieder deel van mijn lichaam en door mijn ademhaling alle spanning loslaten en mijn spieren ontspannen.
          Of ik kan mezelf zien boven aan een trap en langzaam de treden afkomen. Er zijn vele methodes om tot concentratie te komen.
          Het gaat erom door God aanvaard te worden - door Hem opgenomen worden elke dag opnieuw, elk ogenblik opnieuw.

Het corpus van het gebed
Dat is wat gebeurt in het meest innerlijke van jezelf. Ik zou zeggen dat is deel dat het meest betrokken is op God.
Het begin en het einde van het gebed hoort ons zelf toe. Daar je best voor doen conditioneert ons gebed. Vervolgens laten we God handelen.

Het gebed beëindigen door God te bedanken en de genade van trouw te vragen.

In de leerschool van de Carmel geeft men drie sleutelwoorden om het gebed in te gaan: Lichaam, Hart, Geest.

Lichaam: Ons lichaam kan een obstakel zijn voor het bidden in de zin dat het zonder ophouden in beweging is en ons belet om ons te concentreren. Maar ons lichaam is ook een instrument, een drager die ons helpt om ons met God te verenigen.

De tijd nemen om het op te nemen. De houding van mijn lichaam heeft invloed op mijn geest: het rechtop zitten bevordert de ademhaling en de concentratie, het plat neerliggen voedt de gevoelens van berouw, het ontspannen helpt ons om het middelpunt te bepalen. De innerlijke meditatie is verre van automatisch.
Om mee te gaan heeft het lichaam de tijd nodig om ook in het gebed te komen.

We zeggen heel gemakkelijk dat het gebed een kunst is, iets dat men leert. Het is waar, men kan veel leren over het gebed. Maar uiteindelijk is het door te bidden, dat men leert bidden.

 Geest : De hulp van de H. Geest vragen. Vervolgens de gekozen tekst herlezen. Zich laten aanraken, het Woord steeds opnieuw laten opkomen, verbanden leggen, er verder over nadenken. Ik stel mezelf vragen : wat wil Jezus me leren door zijn woord? Wat kan ik van mezelf leren. Tot welke ommekeer ben ik geroepen? De Geest bidt in mij.

Hart : Het laten spreken, zijn hart uitstorten, weer terugkomen bij mijn emoties, ze uitdrukken. St. Augustinus zei: “het hart is bij uitstek de plaats waar God zichzelf ontdekt en weer ontmoet, de plaats waar hij wordt bemind en gewaardeerd”. Laten we er ons van bewust zijn.

Ik zou graag deze onderrichting eindigen met te spreken over twee grote bidders die ons zeer dierbaar zijn en die onze geschiedenis gemarkeerd hebben: de Heilige Louis-Marie Grignion van Montfort en de Zalige Marie-Louise Trichet.

Montfort was een reus in het gebed, een mysticus.
+       Zijn gebed was gecentreerd op de Wijsheid en op Maria
+       Hij vroeg voortdurend de Wijsheid
+       De Brandende Bede
+       De heilige Rozenkrans
+       De 164 Kantieken

De grot van Mervent was zijn geliefde toevlucht om er zich aan de beschouwing over te geven.

Marie-Louise trok zich terug in haar innerlijke gebedsruimte.

“Mijn geliefde Jezus, geef mij de genade om in praktijk om te zetten wat u mij in uw goedheid hebt willen ingeven, en dat is te werken om mijn innerlijke gebedsruimte klaar te maken voor u om er te logeren”. (En direct avec Marie-Louise, .71).                                                                                 


Gebed om te eindigen.
Sr. Carmelle Dugas fdls

zondag 8 september 2013

"Jezus, ons enige Leven"


Olivier Maire, smm


"Jezus, ons enige Leven"

Ware Godsvrucht nr. 61-62

Onderrichting gegeven op 7 augustus 2013 door Olivier Maire, smm tijdens de Internationale ontmoetingsdagen in Saint-Laurent-sur-Sèvre.


Aan het begin van het tweede deel van de Verhandeling over de Ware Godsvrucht (cfr. WG230) geeft Montfort vijf fundamentele waarheden, “die licht zullen werpen op de verheven en hecht gefundeerde devotie, die ik bekend wil maken”. (WG60) Deze vijf waarheden zijn “fundamenteel”, in die zin dat zij het fundament zijn van de ware godsvrucht voor de Heilige Maagd; dynamische fundamenten omdat zij het “leven geven” aan even zoveel fonteinen die hun water spuiten. Bij de presentatie van deze vijf fundamentele waarheden, zegt Montfort dat hij ze vooronderstelt (“zal ik verderop aangeven waarin die devotie bestaat. Maar eerst behandel ik enkele basiswaarheden”); het zijn geen vooronderstellingen in de logische betekenis van het woord maar bronnen, zoals de bron de vooronderstelling is van de rivier...  Deze vijf waarheden hebben een vormend karakter want zij geven leven; zij herleiden naar de oorsprong (het is niet toevallig dat de laatste fundamentele waarheid eindigt met het citaat van Gen.3; cfr. WG89; een lichtgevende oorsprong want zij werpen licht op....

Deze vijf fundamentele waarheden zijn:
          1. Jezus Christus is het einddoel (WG61-67)
          2. Wij behoren aan Jezus en aan Maria toe (WG68-77)
          3. Bekleed u met de nieuwe mens, Jezus Christus (WG78-82)
          4. Maria vergemakkelijkt de ontmoeting met Jezus Christus (WG83-86)
          5. Een schat van genade in broze vaten (WG87-89)

Deze waarheden die zorgvuldig genummerd zijn door Montfort (eerste waarheid... tweede waarheid... enz.) en zijn noch volledig (“enkele fundamentele waarheden”WG60) noch gelijksoortig. In feite zijn de eerste twee verbonden met elkaar (“wij moeten besluiten dat wij naar het woord van de Apostel niet onszelf toebehoren. Wij zijn helemaal van Hem” WG68) en zijn van nature “ontologisch” (Jezus-Christus IS; wij zijn niet van onszelf, maar behoren aan Hem) de drie laatsten zijn van een meer existentiële aard (gewoonlijk worden onze beste handelingen bezoedeld en bedorven door de kwade ondergrond in onszelf) de derde waarheid heeft als gevolg dat wij een middelaar nodig hebben bij de enige Middelaar; vierde waarheid (hier volgt een vierde waarheid die uit de derde voortvloeit.WG82) vanwege onze zwakheid en broosheid is het heel moeilijk de genaden en schatten die wij van God ontvangen hebben, in ons te bewaren, vandaar onze toevlucht tot de getrouwe Maagd, vijfde waarheid.

In het beperkte kader van deze conferentie zullen wij slechts spreken over het begin van de eerste fundamentele waarheid (WG61) waarvan hier de tekst:

61.   Jezus Christus onze Verlosser, waarlijk God en waarlijk mens, moet het einddoel van al onze devoties zijn, anders zijn ze onjuist en misleidend.

Jezus Christus is "Alfa en Omega" (Apk 21,6), begin en einde van alles. Naar het woord van de Apostel werken wij alleen maar om "ieder mens tot volmaaktheid te brengen in Jezus Christus" (Ef 4,13). "In Hem alleen immers woont de gehele volheid van de godheid" (Kol 2,9) en alle andere volheid van genaden, deugden en volmaaktheden. "In Hem alleen worden wij gezegend met elke geestelijke zegen" (Ef 1,13).

Hij is de enige Meester om ons te onderwijzen, de enige heer waarvan wij afhankelijk dienen te zijn, het enige hoofd waarmee wij verenigd moeten worden. Wij hebben geen ander model om ons naar te voegen, geen andere geneesheer die ons genezen, geen andere herder die ons voeden moet. Hij is de enige weg die ons moet leiden, de enige waarheid om te geloven, het enige leven dat ons groeikracht moet geven, kortom: ons enige alles in alles dat ons genoeg moet zijn. "Er is onder de hemel geen enkele andere naam gegeven waardoor wij gered moesten worden" (Hnd 4,12) dan de naam Jezus. God heeft ons geen enkel ander fundament gelegd voor ons heil, onze volmaaktheid en verheerlijking dan Jezus Christus. Elk gebouw dat niet op deze vaste rots is gevestigd, is op drijfzand gefundeerd en zal onvermijdelijk vroeg of laat instorten. Iedere gelovige die niet met Hem verenigd is als een rank met de wijnstok, zal afvallen en verdorren, alleen nog maar goed om in het vuur geworpen te worden (Joh 15,6). Buiten Hem is alles slechts afdwaling, leugen, onrecht, nutteloosheid, dood en veroordeling. Maar als wij in Jezus Christus leven en Jezus Christus in ons, hebben wij geen veroordeling te vrezen (Rom 8,1). Noch engelen in de hemel, noch mensen op aarde, noch kwelgeesten in de hel, noch enig ander schepsel kan ons schaden, omdat het ons "niet kan scheiden van de liefde van God, die in Jezus Christus is" (Rom 8,39).

Door Jezus Christus, met Jezus Christus en in Jezus Christus kunnen wij alles: alle eer en glorie brengen aan de Vader in eenheid met de heilige Geest; volmaakt worden en voor onze medemens een goede geur van eeuwig leven zijn.

Deze eerste fundamentele waarheid begint met een christologische bevestiging, een geloofsbelijdenis: “Jezus Christus, waarlijk God en waarlijk mens” ; vervolgens wordt dit laatste gevolgd door een praktische consequentie: “moet het einddoel van al onze devoties zijn, anders zijn ze onjuist en misleidend”.  Wij mogen zeggen dat op dit geloofspunt alle gebed en christelijke levenswijze steunt.....  Buiten deze eerste waarheid van de geloofsbelijdenis, die het doel is van iedere religieuze handeling, is er slechts illusie: anders zouden ze vals en misleidend zijn”. Deze eerste waarheid is dus het criterium van authenticiteit bij iedere devotie.
Deze belijdenis van Christus, waarlijk God en waarlijk mens (karakteristiek van de Christologie van Montfort) is een beschouwing van het mysterie van Christus zoals het begin van de toewijding aan Jezus Christus door Maria getuigt:

          “Eeuwige en mens geworden Wijsheid,
          zeer beminnelijke en aanbiddelijke Jezus, waarlijk God en waarlijk mens,
          enige Zoon van de eeuwige Vader en van Maria, altijd maagd.
          Ik aanbid U diep in de schoot en de heerlijkheid van uw Vader
          gedurende de eeuwigheid,
          en in de maagdelijke schoot van  Maria, uw zeer waardige Moeder,
          in de tijd van uw menswording” (LEW223).

 Deze “dogmatische” of “conciliaire” waarheid over Jezus Christus, leidt als vanzelf naar een bijbelse proclamatie:

          “Jezus Christus is "Alfa en Omega" (Apk 21,6), begin en einde van alles”.

Deze tekst steunt op drie aanhalingen uit het boek Openbaring (Openb.1,8; 21,6 en 22,13) de eerste in het begin van het boek en de twee laatsten tegen het einde..... het alles en totaal omvattende aspect van de uitdrukking (alpha en omega, eerste en laatste, het geheel dus aanduidend met zijn uiterste grenzen) is eveneens karakteristiek voor Montfort; het is voldoende te denken aan de twee grote gebeurtenissen in het leven van Jezus: cfr WG 49-54  WG 1, 13 (eerste komst / tweede komst), 15 (beginnen/voltooien), 19,22 (eerste en laatste mirakel), 158; BB 12.... Dit koppel “begin en einde”, op het niveau van de tijdelijkheid “van de Christus” is een weerkaatsing van een ander koppel dat zich bevindt op het christologisch niveau van de Totale Christus: Hoofd (Voornaamste) en leden cfr WG 20, 21, 22, 32, 33, 35, 36; BB 15; MG 12-13, 16-17).

          “Jezus Christus is "Alfa en Omega" (Apk 21,6), begin en einde van alles”.

Alles begint bij Christus en alles gaat naar hem toe; alles is gecentreerd op Christus. Alles is gericht op Christus als op het uiteindelijke einddoel (volgens deze omslachtige formule). Jezus Christus is de eindterm van al wat bestaat, mysterie van voltooiing en op een heel bijzondere wijze van het menselijk wezen:

Wij werken slechts, zoals de Apostel zegt, om heel de mens volmaakt terug te geven in Jezus Christus

Montfort beschouwt het mysterie van Christus als missionaris, als Apostel (hij haalt hier Col. 1,28 aan).  Christus neemt ons mee in zijn Volheid (cfr Ef 4,13; Ef 3,19; Col 2,9-10; Col 1,19). Hier noemt Montfort zelf zijn unieke apostolische project, dat ook onafscheidelijk een mystiek project is (de volmaaktheid in Jezus Christus).
De missionaire ijver van Montfort komt van deze visie op het mysterie van Christus, die alles in zijn Licht opneemt en waarvan de stralenbreking driemaal het “want” aangeeft die in de tekst volgen en die dus meer zijn dan oorzaken of redenen.....

Want in Hem alleen immers woont de gehele volheid van de godheid" (Kol 2,9) en alle andere volheid van genaden, deugden en volmaaktheden.
          Want in Hem alleen worden wij gezegend met elke geestelijke zegen"

Deze twee eerste keren dat dit  “want” wordt gebruikt wordt het gemarkeerd door “alleen in hem“ en drukken daardoor de volkomen exclusiviteit van Christus uit, ondersteund door talloze teksten van Paulus (cfr Col 1,19; 2,9; Ef 1,3).

Het derde “want” leidt de lange litanie van Christus in waarvan het “onze enige” ons een boeiend rythme geeft:

Want Hij is de enige Meester om ons te onderwijzen, de enige heer waarvan wij afhankelijk dienen te zijn, het enige hoofd waarmee wij verenigd moeten worden. Wij hebben geen ander model om ons naar te voegen, geen andere geneesheer die ons genezen, geen andere herder die ons voeden moet. Hij is de enige weg die ons moet leiden, de enige waarheid om te geloven, het enige leven dat ons groeikracht moet geven, kortom: ons enige alles in alles dat ons genoeg moet zijn. "Er is onder de hemel geen enkele andere naam gegeven waardoor wij gered moesten worden".

De opeenhoping van de titels van Christus is van bijbelse oorsprong (Mt 23,8.10; Joh 10,1-16; 14,6; 1 Kor 11,1; Ef 5,1; 1Tes 1,6; 1 Kor 8,6; Col 1,18) en moet ons niet de repetitie van  “onze” en “wij” laten vergeten.... Wij worden meegenomen in het mysterie van Christus+ zonder hem zijn wij niets, wij bestaan slechts in onze relatie met hem (cfr WG 225)

          Er is geen andere naam onder de hemel gegeven dan de naam Jezus, door hem moeten wij worden gered.

God heeft ons geen enkel ander fundament gelegd voor ons heil, onze volmaaktheid en verheerlijking dan Jezus Christus.

Elk gebouw dat niet op deze vaste rots is gevestigd, is op drijfzand gefundeerd en zal onvermijdelijk vroeg of laat instorten. Iedere gelovige die niet met Hem verenigd is als een rank met de wijnstok, zal afvallen en verdorren, alleen nog maar goed om in het vuur geworpen te worden.

Deze zinnen zouden misschien te absoluut, te overdreven kunnen klinken. In feite laat de stijl de scherpe kant van het woord zien, zo’n zwaard is tweesnijdend.... Maar het zijn toch allemaal woorden uit de Schrift: Hand.4,12; 1Kor 3,11; Mt 7,26.27; Joh 15,6 .


Buiten Hem is alles slechts afdwaling, leugen, onrecht, nutteloosheid, dood en veroordeling.

Deze zin die in het handschrift hier volgt is doorgehaald door een onbekende hand... en is in onze uitgaven ongelukkigerwijs weggelaten. Een zeer gelijkende tekst bevindt zich in LEW:

Laten wij ons houden bij Jezus Christus, de eeuwige en mens geworden Wijsheid. Buiten Hem is er enkel dwaling, leugen en dood. Ik ben de weg, de waarheid en het leven. (LEW 89 en Joh 14,6)

De lijst van voorafgaande ontkenningen in hun “nee” leidt onherroepelijk tot een veroordeling om zonder Jezus te leven, tot totale ontkenning. Dit “buiten hem” is een absolute tragedie....Tot dit niets gekomen, roept Montfort zijn kreet: het scherpe “als” van de hoop, voorafgegaan door dit “maar” om de vloek af te wenden van een leven zonder Jezus en het “leven in Jezus” te onderstrepen

Maar als wij in Jezus Christus leven en Jezus Christus in ons, hebben wij geen veroordeling te vrezen. Noch engelen in de hemel, noch mensen op aarde, noch kwelgeesten in de hel, noch enig ander schepsel kan ons schaden, omdat het ons "niet kan scheiden van de liefde van God, die in Jezus Christus is"

Er is nog steeds niets beweerd wat niet in de schrift gefundeerd zou zijn: Montfort haalt Rom. 8, 1, 38. 39 aan. Dit “niet-gescheiden-zijn” van Christus wordt opeen duidelijke manier aangetoond in de schriftuur-tekst door de concentrische structuur die Montfort bijzonder waardeert om een onafscheidelijke band aan te geven:

                        “Als wij in Jezus Christus zijn en Jezus Cristus in ons”

Jezus Christus staat centraal in deze structuur : een mooi voorbeeld dat het christocentrisme van Montfort toont.

Deze concentrische structuur laat eveneens onze relatie en onze totale afhankelijkheid die wij van Christus hebben en waarvan het meest opmerkelijke voorbeeld Maria zelf is:

“Hier wend ik mij een ogenblik tot U, beminnelijke Jezus, om mij bij Uw goddelijke Majesteit liefdevol te beklagen over het feit dat de meeste christenen, zelfs de geleerdsten, niet de noodzakelijke band kennen tussen U en Uw heilige Moeder.
Heer, U bent altijd met Maria en Maria is altijd met U. Zij kan niet zonder U, want anders zou zij ophouden te zijn wat zij is. Zij is door de genade zozeer omgevormd in U, dat zij niet meer leeft of bestaat. U alleen, Jezus, leeft en heerst in haar volkomener dan in alle engelen en zaligen. [....]  Zij is zo één met U, dat men nog eerder het licht zou kunnen scheiden van de zon en de hitte van het vuur. Of nog sterker: men zou eerder alle engelen en heiligen van U kunnen verwijderen dan de van God vervulde Maria”. (WG 63)

“Deze zegswijze duidt ook het best de innige vereniging aan die er tussen Jezus en Maria bestaat. Zij zijn zo innig verenigd, dat de een geheel opgaat in de ander: Jezus is helemaal in Maria, en Maria helemaal in Jezus. Of nog beter gezegd: zij leeft niet meer, maar Jezus alleen leeft geheel in haar. Men zou eerder het licht kunnen scheiden van de zon, dan Maria van Jezus. Wij kunnen de Heer dus Jezus van Maria noemen, en de heilige Maagd: Maria van Jezus” (WG 247).

Onze vereniging met Christus is de “de noodzakelijke band” die ons het bestaan geeft.... . Maria is dus het model van het leven in Christus.

Tenslotte eindigt onze tekst met een quasi liturgische formule, genomen uit het Eucharistisch gebed:
“Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus, kunnen wij alles: alle eer en glorie brengen aan de Vader, in de eenheid van de heilige Geest; volmaakt worden en voor onze medemens een goede geur van eeuwig leven zijn”.

Maar in deze aanhaling van de eucharistische doxologie, zijn we gestopt in ons vuur om “Amen” uit te roepen. Montfort eindigt met twee toevoegingen: volmaakt worden en voor onze medemens een goede geur van eeuwig leven zijn. Het eerste is een antwoord op de uitnodiging van de Apostel om iedere mens volmaakt te laten worden in Jezus Christus (deze eerste toevoeging doet dienst als bijsluiter met het citaat van Col. 1,28). De tweede (een vrij citaat uit 2 Kor. 2,15-16) nodigt ons uit op onze beurt apostel te worden. Zo vindt het fundament van de montfortaanse spiritualiteit zijn voltooiing in de apostolische missie.
  
Pater Olivier Maire s.m.m.