Pagina's

zaterdag 7 december 2013

Kleine meditatie uit 'Het Mariageheim'


De Levensboom – Het Mariageheim 70 - 78
De verzorging en de groei van de Levensboom
 Louis Marie Grignion de Montfort

De Levensboom 

70. Uitverkorene, heb je door de werking van de heilige Geest begrepen wat ik hierboven gezegd heb? Wees dan God dankbaar! Het gaat om een geheim dat bijna niemand kent. Als je deze verborgen schat in de akker, die Maria is, gevonden hebt, de kostbare parel van het Evangelie, verkoop dan alles om hem te verwerven, maak van jezelf een offerande in Maria’s handen en wees blij je in haar te verliezen om er enkel God te vinden.

Als de heilige Geest de ware Levensboom – dat is de devotie die ik hierboven heb uitgelegd – in je hart geplant heeft, dan moet je er alles voor doen om hem te verzorgen, zodat hij te zijner tijd zijn vrucht voortbrengt. Deze devotie is het mosterdzaadje waarvan sprake is in het Evangelie, schijnbaar het kleinste zaadje, maar dat kan uitgroeien tot een flinke boom die zijn takken zo hoog verheft dat de vogels, dat wil zeggen de uitverkorenen, erin komen nestelen en zich in hun schaduw beschermen tegen de hitte van de zon en er zich veilig verschuilen voor wilde dieren.

De wijze om hem te verzorgen

Uitverkorene, ik reik je enkele richtlijnen aan om hem te verzorgen.

De Levensboom - Chagall
71. Deze boom, in een getrouw hart geplant, wil in volle wind staan, zonder enige menselijke hulp. Hij komt van God en verdraagt niets geschapens. Het geschapene zou hem kunnen hinderen om zich te richten tot zijn oorsprong, namelijk God. Probeer dus niet te steunen op je menselijk vernuft of je louter natuurlijk talent, ook niet op wat mensen allemaal zeggen. Je moet je toevlucht nemen tot Maria en steunen op haar hulp.

72. Als een goede tuinier moet je hart, waarin deze boom geplant staat, voortdurend zorg voor hem dragen en aandacht opbrengen. Het gaat om een levende boom die een levensvrucht dient voort te brengen. Om in leven te blijven en te groeien vraagt hij dan ook een niet aflatende bezorgdheid. Een begenadigd iemand zal er voortdurend mee bezig zijn en er zijn eerste zorg van maken.     

73. Het is mogelijk dat mettertijd distels en dorens de boom overwoekeren en beletten dat hij vrucht draagt. Daarom, met versterving en discipline, moet je ze zorgzaam uitrukken en afhakken: aan alle nutteloos genot of ijdel gedoe met mensen moet je een einde stellen. Kruisig je lichaam, bewaar de stilte en versterf je zintuigen.

74. Let erop dat rupsen de Boom niet beschadigen. Rupsen dat zijn eigenliefde en gemakzucht die de groene blaadjes aanvreten en de mooie vooruitzichten op vruchten tenietdoen. Weet dat eigenliefde en liefde tot Maria absoluut niet samengaan.

75. Voorkom dat dieren hem benaderen. Dieren, dat zijn de zonden. Door de minste aanraking kunnen zij de Levensboom doen sterven. Zelfs hun adem mag hem niet beroeren, dat wil zeggen: de dagelijkse zonden die, als je er niet op let, altijd erg gevaarlijk zijn.

76. Voortdurend moet je door regelmatige communies, missen en andere gemeenschappelijke of persoonlijke gebeden, deze goddelijke Boom van water voorzien. Doe je dat niet dan gaat de Boom ophouden met vrucht te dragen.

77. Wees niet ongerust als de wind erdoorheen blaast en hem dooreenschudt. Het spreekt namelijk vanzelf dat de wind van de bekoringen hem wil omblazen, dat sneeuw en vrieskou hem weg willen krijgen. Het kan niet anders dan dat deze devotie tot de heilige Maagd wordt aangevallen en tegengesproken. Indien je de Boom echter blijft verzorgen, valt er niets te vrezen.

Zijn duurzame vrucht: Jezus Christus      

78. Uitverkorene, als je zo je Levensboom, die de heilige Geest onlangs in uw hart heeft geplant, verzorgt, dan verzeker ik je dat hij in korte tijd zo hoog gaat opschieten dat de vogels erin zullen nestelen. Hij zal helemaal volgroeien zodat hij op de gepaste tijd zijn roemvolle en genaderijke vrucht zal voortbrengen, namelijk de beminnelijke en aanbiddelijke Jezus, die altijd de enige vrucht van Maria is geweest en dat ook altijd zal blijven.

Gelukkig het mensenhart waarin Maria, de Levensboom, geplant staat; nog gelukkiger het hart waarin hij tot bloei komt en bloesem geeft; zeer gelukkig het hart waarin hij zijn vrucht voortbrengt; maar gelukkigste van al het mensenhart dat de vrucht smaakt en vruchten blijft geven tot de dood en voor eeuwig. Moge het zo zijn.

“Wie de gave ontvangt, behoude ze”.

 Ter overweging:

  • Welke zijn voor mezelf vandaag “de distels en de doornen” die mijn levensboom kunnen verstikken?
  • De werking van de H. Geest in mijn leven...
  • Waarlijk, ik smaak de vruchten van de Levensboom wanneer ik…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten